Welkom - Contact - Vergunningen - Wedstrijden - Jeugd - Activiteiten - Verhalen - Links - Foto`s - Gastenboek - Filmpjes 

H.S.V. Het Baarsje Oldemarkt
 

NK ijsvissen - Snoek uit de weerribben

 

Snoek uit de weerribben.

Door Jouke Jansma

 

 

Met zorg stuur ik mijn door een elektromotor aangedreven boot tussen de restanten van grote velden waterplanten door. In het ondiepe heldere water zijn de overgebleven stengels en bladeren van de waterlelies en gele plomp goed te zien. Hier en daar steekt een grote witte wortelstok boven water uit. Op een flinke afstand achter de boot laat ik een als plug uitgevoerde plastic Activator zwemmen Door kleine korte tikken met de hengeltop te geven maakt het oranjegekleurde ding de meest vreemde capriolen. Het kleine extra loodgewicht dat ik heb aangebracht, houdt hem net onder het wateroppervlak en net boven de plantenresten……
Terwijl we zitten te genieten van de prachtige omgeving waar we mogen vissen, zie ik plotseling een grote kolk ter hoogte van mijn kunstaas. Het volgende moment voel ik de aanbeet ook daadwerkelijk en met een korte tik zet ik de haak. Het is een grote vis voor dit water en ik zie dan ook slechts de steeltjes van planten die door mijn lijn zijn doorgesneden als dobbertjes boven komen drijven. Mijn vismaat draait vlug zijn hengel binnen en pakt het fototoestel. Na een korte stevige dril kan ik de vis eindelijk zien en al  kopschuddend komt ze naast de boot boven.

 

1

Na nog een tweetal vluchtpogingen is ze uitgedrild en klaar voor de landing. Een mooie donkerbruine vis, de typerende kleur voor snoeken uit veenwater, zwemt even later weer met een paar rustige slagen van haar staart weg. 97 cm lang, maar nog niet echt zwaar. We kijken elkaar aan en besluiten nog eens terug te driften en werpend deze stek nogmaals af te vissen. Een uurtje later staan we versteld van het aantal aanbeten, missers en gevangen vissen op dit relatief kleine petgat. Het formaat ligt gemiddeld zo rond de 60 cm. Niet groot, maar op licht materiaal is er prachtige sport te beleven. Als later op de dag ook het zonnetje nog gaat schijnen, is de ambiance helemaal fantastisch. 

Veenwater.
In een  groot aantal delen van ons land werd vroeger turf gewonnen. Op veel plaatsen komen we de overblijfselen van deze oude veengebieden nog tegen. Er zijn vaak grote ondiepe stukken water ontstaan, die we ook wel petgaten of veenplassen noemen. Onderling zijn deze vaak weer verbonden door een wirwar van kleine kanaaltjes, die zelf weer uitmonden in grote kanalen. Veelal zijn het prachtige natuurgebieden met een zeer weelderige begroeiing van waterplanten Dit laatste brengt met zich mee dat deze watertjes tot halverwege oktober nagenoeg niet bevisbaar zijn. Toch is vissen er zeker de moeite waard, want vis en met name de snoek komt in het vaak heldere water in grote hoeveelheden voor.
Veenplassen hebben vaak de status van natuurgebied en mogen daarom helaas lang niet overal bevist worden. Toch is het, op die plekken waar dat wel mag, wat later in het seizoen zeker de moeite waard om er eens te gaan kijken en een poging te wagen. Als de eerste nachtvorsten de rijke plantengroei enigszins hebben gereduceerd, kan er bijna overal goed met ondiep lopend kunstaas worden gevist.
Hoewel je af en toe best een knappe vis vangt is het gemiddelde formaat op veenwateren wat kleiner dan op bijvoorbeeld onze rivieren. Een snoek van een centimeter of tachtig is vaak al een knappe vis. Toch kom je er af en toe ook echte bakken van snoeken tegen. De kersen op de taart zullen we maar zeggen.
Met geschikt materiaal, niet te zwaar dus, kan er echter prachtige sport worden beleefd. Vaak zijn er op een dag flinke aantallen snoeken en snoekjes te vangen, wat op zich ook wel eens leuk is.
 
   

De petgaten zijn over het algemeen langwerpige rechthoekige stukken water met een diepte van ongeveer een meter. Hier werd vroeger de turf uit gestoken. Op sommige plekken kunnen ze wel eens een halve meter dieper zijn, maar over het algemeen spreken we toch over een gemiddelde diepte van rond een meter. Echt ondiep water dus. In de zomer staat het er werkelijk helemaal vol met waterplanten als gele plomp en waterlelies, terwijl er ook grote velden waterpest voorkomen. De laatste jaren zien we ook steeds meer krabbescheer. Als het wat later in het seizoen wat kouder wordt verdwijnen de planten langzaam. De open ruimtes tussen de plantenbedden worden groter en steeds meer water wordt bevisbaar. De plantenresten blijven vaak tot in januari zichtbaar. Op zich niet erg, want dat maakt het gemakkelijker om de vis te lokaliseren.

Veensnoeken

   

2

Kunstaas.
Als geschikt kunstaas komen vele soorten in aanmerking. Gezien het formaat van de te verwachten vissen hoeft dit echter niet al te groot te zijn. Bovendien duikt groter kunstaas vaak dieper en zal dus eerder vuil oppikken. Nog afgezien van de vaak grote haken, die de bekjes van de meestal wat kleinere snoeken onnodig zullen beschadigen. Bovendien is het pas echt leuk om hier licht te vissen en aan een 15 grams spinhengeltje vist een grote plug over het algemeen genomen niet prettig.
Al deze visserij kan natuurlijk werpend vanaf de oever, voor zover deze toegankelijk is, maar een niet al te grote boot biedt een veel groter scala aan mogelijkheden. Een groot nadeel van lopen op de veenachtige oevers is dat de veroorzaakte trillingen nogal ver doorwerken in het water met een verstoring van de visstek als gevolg. In een boot blijkt die verstoring een stuk minder te zijn. Langzaam driften en om je heen werpen levert vaak meerdere snoeken en snoekjes in korte tijd op. Als ze een beetje los zijn moeten  gemiddeld aantal van 10 snoeken per visser op een visdag redelijk eenvoudig te halen zijn. Schrik trouwens niet als er zich plotseling een grote baars op je kunstaas stort. Vaak zij er prachtige grote donkergekleurde baarzen te vangen, die in het bruine veenwater soms bijna zwart zijn.

Slepen met pluggen en lepels.
De verbindingskanaaltjes zijn vaak wat dieper en in het midden meestal plantenvrij. Dat biedt naast de eerder genoemde mogelijkheden ook de gelegenheid om te trollen met ondiep lopende pluggen en lepeltjes. Door de top van de hengel wat hoog te houden kun je redelijk ver achter de boot vissen. Ook nu hoeft het kunstaas niet al te groot te zijn. Pluggen tot een centimeter of 15 voldoen prima. De lepeltjes moeten bij voorkeur niet al te groot en dun van blad zijn om er goed mee te kunnen vissen in dit water. Ook grote snoeken zijn hier vaak gewend om ook een kleiner hapje te nemen, aangezien het visbestand aan witvis ook vaak uit wat kleinere vis bestaat. Op de grotere kanalen, die vaak ook een stuk dieper zijn, mag het allemaal wat groter en steviger. Hier mogen ook rustig grote shads van rond de twintig centimeter worden gebruikt. Met name in de wintermaanden als er een paar nachten vorst zijn geweest trekt veel vis en ook grote roofvis naar deze kanalen.

   

Over kunstaas en kleur is vaak veel te doen. Hoewel we hier in vaak echt helder water vissen, mogen de kleuren best opvallend zijn. In het bruine veenwater verandert geel al gauw in oranje en wordt een oranje plug bruinachtig van kleur. De firetigerkleur lijkt veel minder fel en komt in de buurt van baarskleur. Kunstaas met deze kleuren is hier dan ook prima te gebruiken. Een zilveren lepel weerkaatst het zonlicht in prachtige gouden schitteringen en dat lokt op zonnige dagen toch vaak weer wat extra aanbeten uit.
De vissen die in dergelijk water worden gevangen zijn dan ook vaak prachtig donker van kleur en meestal heel mooi getekend. Veensnoeken zijn bovendien vaak helemaal gaaf en vechten een stevig robbertje voor ze zich gewonnen geven.
Een voordeel van de vele planten is, dat het water ook vaak na overvloedige regenval behoorlijk helder blijft en ook dan dus goed bevisbaar is. Iets dat je niet van alle wateren in ons land kunt zeggen.

Natuurlijk spreken we hier over kwetsbare natuurgebieden waar we in mogen vissen. Dat is een voorrecht. Gedraag u daarom ook alsof u op visite bent. Als er geen gekke dingen gebeuren kunnen we deze plekken blijven bevissen. Want wat is er nu mooier dan vissen in een prachtig stukje natuur.

3